De Tuin van het Geluk
De vriendschap danst de wereld rond en roept ons allen op
te ontwaken en onszelf gelukkig te prijzen.
(Epicurus)
home
activiteiten
teksten
nieuws
discussies
tips lectuur
links
contact
Vraag van Steven: epicurisme en stoïcisme

Graag zou ik u willen vragen hoe u als overtuigd epicurist de stoïcijnse filosofie beoordeeld. En ten tweede of u de beide filosofieën vreedzaam naast elkaar kan zien bestaan.

Ikzelf ben meer een adept van het stoïcisme, maar Seneca en Marcus Aurelius verwijzen af en toe naar Epicurus. B.v. Marcus Aurelius in de Meditaties:

64. In the case of every pain be ready with the reflection that it is not an evil, and does not injure the intelligence at the helm; for it does not destroy it, in so far as the soul is reasonable and social. In the case of most pains, however, the saying of Epicurus should help you: 'Pain is neither intolerable nor continuing, provided you remember its limits and do not let your imagination add to it'.

Met vriendelijke groeten,
S.L.


Antwoord

        Graag zou ik u willen vragen hoe u als overtuigd epicurist de stoïcijnse filosofie beoordeeld.
        En ten tweede of u de beide filosofieën vreedzaam naast elkaar kan zien bestaan.

Wat is het verschil tussen stoïcisme en epicurisme?
Laten we om te beginnen de tegenstelling scherp stellen.


Epicurisme tegenover stoïcisme

Een zeer groot verschil betreft de metafysica (het fundamenteel wereldbeeld).
Bij het epicurisme de moderne materialistische, atheïstische visie: er is enkel materie (atomen), er zijn geen goden die een relatie hebben met de mensen, er is geen doel in de wereld (enkel oorzaken in de materie) en dus geen vastliggende orde. Doel en orde zijn zaken aangebracht door mensen.
Bij de stoa een religieuze visie, misschien best te omschrijven als pantheïsme: er is een "geest" (logos) in de kosmos die alles doordringt, die een orde aanbrengt in de natuur. Het is niet alleen de wetmatigheid van de natuur, maar ook de voorzienigheid die alles doelbewust schikt tot welzijn van het geheel.
De epicurist beoordeelt de stoa als religieuze filosofie en daarom onjuist en meer nog (polemisch gesteld)  arrogant: de stoa beweert (zoals alle religieuze visies) iets over het mysterie van het bestaan te kunnen zeggen (meer nog: er in contact met te kunnen komen), terwijl het mysterieuze er juist in bestaat dat er niets over gezegd kan worden, juist omdat contact met het verborgene onmogelijk is. De stoa maakt de fout van alle religies: het ongeluk van een individu wordt weggeredeneerd in het welzijn van het geheel waarmee het individu verbonden zou zijn. Deze verbondenheid bestaat volgens de epicurist niet als objectief gegeven (een individu kan wel zelf kiezen om zich te verbinden met iets buiten hem: hij voelt zich maar gelukkig als datgene buiten hem gelukkig is - denk aan wie zich opoffert voor het Vaderland, of de Mensheid).
Dit verschil in metafysica heeft onmiddellijk gevolgen voor de levenswijze.

De epicurist moet alles zelf beslissen, heeft niets om op terug te vallen. Hij is vrij (dus eenzaam en verantwoordelijk - thema uitgewerkt door Sartre, één van de moderne atheïsten). Hij stelt zelf doelen en kan dan proberen de natuur naar zijn hand te zetten. Er is geen reden om de natuur niet te veranderen in zover dit in zijn macht ligt. Dit houdt wel risico's in als het niet verstandig gebeurt - en Epicurus' filosofie is een poging uit te vissen wat verstandig is en wat niet.
De stoïcijn moet de orde van de natuur (Natuur?) volgen. Hij is niet vrij.
De epicurist wijst de stoïcijn op een aantal moeilijkheden. Wie kan bepalen wat de orde van de natuur is? Als iemand beweert die te kennen, mag hij de bijhorende gedragswijze verplicht opleggen aan anderen? Of is dit de juiste redenering: de orde van de natuur is zoals de gebeurtenissen zich afspelen in de natuur. Wat gebeurt, is per definitie natuurlijk en dus het passende. De juiste houding is alles te laten gebeuren zoals het gebeurt.
De epicurist beoordeelt de stoa als gevaarlijk of fatalistisch. Een stoïcijnse visie kan door een machthebber gebruikt worden om zijn orde aan anderen op te leggen of deze visie weerhoudt de mens van handelingen die hem ten goede komen.
Het verschil in levenshouding kan nog anders uitgedrukt worden.

Het epicurisme denkt na over hoe de mens best reageert gegeven zijn verlangens, de wereld (meestal tegengesteld aan de verlangens) en de kracht die men heeft om in te werken op de wereld. De epicurist zoekt de beste handelswijze in de wereld. Zijn  antwoord: verander voor een deel jezelf en voor een deel de wereld. Onderzoek welke verlangens je gaat proberen te realiseren en welke niet. Streef niet te veel verlangens na, bij voorkeur enkel de noodzakelijke en de natuurlijke; streef niet naar roem of rijkdom, maar naar vriendschap. Elimineer verdriet (frustratie) door de wereld verstandig (en dus maar gedeeltelijk) te (willen) veranderen. Dat is ataraxie: blijheid omdat je het juiste midden weet te houden, omdat je bescheiden blijft in jouw verlangens.
De stoa denkt na over hoe een mens het best aankijkt tegen de wereld. De stoïcijn zoek de beste mentale toestand. Zijn antwoord: verander niet de wereld, verander je zelf. Je zal je het best voelen als je de wereld in orde vindt, wat de toestand van de wereld ook is. Elimineer verdriet (frustratie) door de wereld nooit te willen veranderen. Dat is apathie: rust omdat je de wereld neemt zoals hij komt, omdat je niet blij bent als het meezit of niet verdrietig als het tegenzit.
De epicurist beoordeelt de stoa als eenzijdig: ze beoefent maar één kant van de wijsheid (verander jezelf) en  negeert de andere kant van de wijsheid (verander de wereld) . Stoa is maar halve wijsheid, het epicurisme kent de beide kanten van de medaille der wijsheid. De epicuristische wijsheid is rijker en leidt daarom tot meer blijheid (tot een gelukkiger leven)[1].
Betekent dit dat stoïcisme en epicurisme vreedzaam naast elkaar kunnen bestaan?


Epicurisme naast stoïcisme

De epicurist ziet uiteraard beide filosofieën vreedzaam naast elkaar bestaan, want hij houdt van vrede (als onderdeel van de ataraxia) en het is waarschijnlijk dat omgekeerd een stoïcijn het epicurisme niet met geweld wil bestrijden.
De epicurist beoordeelt de stoa als een medestander voor tolerantie.

De vraag kan een andere betekenis hebben: zijn er overeenkomsten tussen epicurisme en stoïcisme?
Zeer zeker. De tegenstelling tussen beide visies is niet altijd even scherp te stellen als hierboven gebeurde.
Een eerste voorbeeld: de stoïcijn Epictetus maakt een onderscheid tussen de realiteit die je niet kan veranderen en de realiteit die je wel kan veranderen: een epicuristische gedachte.
Een tweede voorbeeld: de universaliteit. De stoïcijn is een wereldburger en beschouwt elke mens in principe als gelijk, want allen zijn doordrongen van de logos. Dit heeft politieke implicaties en die hebben ook gespeeld in het Romeinse rijk. Een slaaf is niet minderwaardig aan een vrij burger.
Deze idee van gelijkheid is ook bij Epicurus aanwezig, en misschien nog sterker dan bij de stoa: in zijn leefgemeenschap De Tuin waren slaven en vrouwen als volwaardige leden. Een revolutionair politiek standpunt, maar in feite niet verwonderlijk: wie als basis van moraal de gulden regel neemt ("behandel een ander zoals jij door de ander wil behandeld worden") en dit consequent doordenkt, komt terecht bij gelijkheid als fundamentele waarde. De betekenis hiervan bleef misschien beperkt door Epicurus' afwijzen van politiek en zijn raad "leef verborgen". In dit verband moet wel opgemerkt worden dat Epicurus niet zozeer denkt aan (de moderne opvatting van) politiek als actie om de maatschappij te veranderen, maar aan (de visie van de oudheid op) politiek als forum om roem te halen.
Bij latere epicuristen zal de universaliteit en gelijkheid sterker naar voren gebracht worden, zoals bij Diogenes van Oinoanda (die in het Romeinse wereldrijk leeft, 2e eeuw na begin onze jaartelling): "de verdeeldheid van de aarde geeft elk volk een ander vaderland, maar de bewoonde wereld biedt alle mensen die tot vriendschap in staat zijn een gemeenschappelijk huis: de aarde". Diogenes is voorstander van de afschaffing van de slavernij: "wat de noodzakelijke bezigheden van de landbouw betreft: omdat we geen slaven meer zullen hebben (we zullen immers zelf ploegen en spitten en voor het gewas zorgen en rivieren omleggen en op de oogst letten), zullen dergelijke bezigheden in de mate waarin het noodzakelijk is, het voortdurend samen filosoferen onderbreken".[2]
Voor zover ik weet is geen stoïcijn zover gegaan om de slavernij te willen afschaffen. Dit verwondert niet, want het volgt uit het blijvende verschil tussen stoïcisme en epicurisme: voor de stoïcijn is de gelijkheid een kwestie van de geest (gelijkelijk participeren aan de logos) en moet de gelijkheid niet echt gerealiseerd worden (de slaaf zal zijn slavernij "apathisch" verdragen), terwijl de epicurist de gelijkheid wil realiseren in de wereld (hij weigert een slaaf te hebben omdat hij geen slaaf wil zijn, hij wil de samenleving veranderen om zoveel mogelijk mensen genot te bezorgen).
De epicurist beoordeelt de stoa als te maatschappijbevestigend.

De vraag naar de verhouding tussen beide filosofieën kan ten slotte nog anders geïnterpreteerd worden: kan je tegelijkertijd epicurist en stoïcijn zijn?
Het lijkt me moeilijk, gezien de fundamentele tegenstelling op metafysisch vlak en de gevolgen die daaruit voortvloeien voor de levenswijze.
Anderzijds kan je steeds een eigen mix maken van elementen uit beide filosofieën.
Zoals reeds gezegd kan je het epicurisme (en waarschijnlijk sommige stoïcijnse visies) zien als zo'n mix.
Ik wil het concreet toepassen op wat mij een prioriteit lijkt: de aanstormende ineenstorting van het huidige wereldmodel gebaseerd op steeds meer economische groei die ongelijk verdeeld wordt.

De ineenstorting riskeert te leiden tot chaos met als gevolg het verlies van een aantal verworvenheden (zoals een stabiele samenleving, de bevrediging van basisbehoeften) waardoor zelfs de sobere levenswijze van een epicurist niet meer haalbaar zal zijn. In dat geval zal een epicurist baat hebben bij een stoïcijnse apathie. Maar de epicurist wil in de eerste plaats proberen de ineenstorting te voorkomen door tijdig de noodzakelijke veranderingen in de maatschappij te realiseren (geen materiële behoeftenbevrediging die de draagkracht van de aarde te boven gaat, gelijke verdeling).
Als modern epicurist wil ik de stoa vooral beoordelen vanuit dit perspectief: in welke mate draagt het stoïcisme bij tot de noodzakelijke maatschappelijk-culturele verandering?
In zover het stoïcisme een afwijzing is van het hedonisme dat onze huidige wereld naar de afgrond stuurt, is de stoa een bondgenoot voor de epicurist. Wat meer stoïcijnen zou de wereld ongetwijfeld goed doen.
In zover de stoa niet aanspoort tot inzet voor maatschappelijke verandering, is de stoa voor de epicurist een belemmering, of toch in elk geval een gemiste kans. Hier en daar een stoïcijn die epicurist wordt, zou de wereld nog meer goed doen.


Paul Gordyn

LEES DE VERDERE GEDACHTENWISSELING HIEROVER.



[1]   Uit deze uitleg is duidelijk dat er een derde positie moet onderscheiden worden: de stelling dat de mens nooit zichzelf moet veranderen, maar steeds de wereld. Dit is het hedonisme: de mens moet steeds zijn verlangens onmiddellijk proberen te vervullen. Pakt dat later slecht uit, tant pis, maar je hebt nu toch het plezier.
Deze visie is dominant in onze huidige moderne westerse levenswijze, die echter bovendien gelooft dat het nooit slecht zal uitpakken. De mens kan dank zij de wetenschap de wereld onbeperkt veranderen (aanpassen aan zijn verlangens) en moet dus geen enkele rem zetten op zijn verlangens. De wetenschap maakt de mens almachtig: welk probleem er door het menselijk ingrijpen ook ontstaat (noem maar opwarming van de aarde, vergiftiging, uitputting van energie en grondstoffen, ...) de wetenschap zal binnenkort wel met een oplossing komen, dus kunnen we maar blijven voortdoen.
Deze visie is echter geen halve wijsheid, maar volledige waanzin.
Een van de redenen om het epicurisme te verdedigen is om de waanzin van onze huidige levenswijze te stoppen. Ook het stoïcisme kan daartoe bijdragen, maar - zoals reeds gezegd - volgens de epicurist tegen een te hoge prijs.
Het moderne wetenschapsoptimistische hedonisme weigert grenzen te aanvaarden en is dus (gevaarlijk) hoogmoedig. Het stoïcisme probeert niets te realiseren in de wereld (enkel in de eigen geest) en is dus  nederig in de letterlijke betekenis van "laag bij de grond". Het epicurisme wil zoveel realiseren als mogelijk én wenselijk is, maar nooit boven de grenzen die gesteld zijn aan de menselijke macht. Dit kan je bescheidenheid noemen: het kunnen aanbrengen van de juiste onderscheiding tussen wat te veel is en wat te weinig.

[2]    Diogenes schetst zelfs een soort anarchistisch toekomstbeeld: "als we aannemen dat dat mogelijk is (dat alle mensen wijs worden), dan zal werkelijk het leven van de goden ook bij de mensen komen. Want alles zal vol zijn van rechtvaardigheid en wederzijdse genegenheid, en er zal geen behoefte meer zijn aan muren en wetten en alle dingen die wij tot stand brengen vanwege elkaar."